Kamerbrief over noodzaak domeinoverstijgende samenwerking

Eind december reageerde minister de Jonge via een Kamerbrief op vragen die gesteld werden tijdens de behandeling van de VWS-begroting in oktober 2019. Minister De Jonge beschrijft hierin het proces hoe om te gaan met niet-cliëntgebonden financiering in de Wet langdurige zorg (Wlz) en de inzet op preventieve activiteiten vanuit de Wlz. Hiervoor is samenwerking nodig tussen gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars.

Probleemstelling
Het rapport van de Juiste Zorg op de Juiste Plek heeft laten zien dat de zorg regelmatig te gefragmenteerd wordt georganiseerd, met de nadruk op het aanbod van zorg. Mensen die ondersteuning en zorg ontvangen ervaren met enige regelmaat een gebrek aan coördinatie of afstemmingsproblemen. Vanuit het perspectief van de cliënt is het leveren van samenhangende ondersteuning en zorg dan ook onmisbaar. Dit geldt vooral voor kwetsbare groepen die in de eigen leefomgeving ondersteuning, hulp en zorg nodig hebben, zoals kwetsbare ouderen
en GGZ-cliënten. 
Zowel gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars zijn opdrachtgever en financier in het stelsel van (langdurige) zorg en ondersteuning en zijn meer dan ooit op elkaar aangewezen. Om goede gezondheid voor zoveel mogelijk burgers te kunnen waarborgen met effectieve inzet van middelen, is het dus logisch dat gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars elkaar in de regio op bepaalde inhoudelijke thema’s opzoeken en samenwerken. Dit is niet altijd vanzelfsprekend omdat de kosten van preventieve activiteiten vaak in het ene domein vallen en de kosten in het andere. Hiervoor is het nodig dat er financiële manoeuvreerruimte is om afspraken over de stelsels heen te maken en dat de financiële prikkels in het stelsel goed staan. Daarnaast kunnen zorgkantoren niet investeren in voorwaardenscheppende activiteiten omdat de kosten niet toe te rekenen zijn aan een cliënt met een Wlz-indicatie.

Hoofdpunten uit de Kamerbrief
• Om goede gezondheid voor zoveel mogelijk burgers te kunnen waarborgen met effectieve inzet van middelen, is het nodig dat gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars elkaar in de regio op inhoudelijke thema’s opzoeken, samenwerken en over de domeinen heen (financiële) afspraken maken.
• Zorgkantoren hebben – in tegenstelling tot gemeenten en zorgverzekeraars in hun domeinen – geen mogelijkheden om te investeren in diensten en/of zorg die niet behoren tot de individuele aanspraak, zoals opgenomen in de Wlz. Ze hebben daarmee weinig mogelijkheden om te investeren in preventieve activiteiten, waardoor mogelijk duurdere en zwaardere zorg voorkomen en/of uitgesteld wordt en wordt de samenwerking met andere partijen beperkt.
• Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de coördinatiefunctie tijdelijk verblijf. Wanneer deze coördinatiefunctie in gezamenlijkheid wordt ingeregeld en ondersteund door de verschillende financiers, kan de zorg en ondersteuning in de regio beter georganiseerd worden. Hierdoor kan de zorg eerder opgeschaald worden als het nodig is, waardoor zorgvragen vaker in de eigen omgeving worden opgelost en mensen de juiste zorg op de juiste plek krijgen.
• Ook hebben zorgkantoren geen mogelijkheden om financieel bij te dragen aan voorwaardenscheppende activiteiten. Dit zijn activiteiten die niet behoren tot de Wlz-aanspraak maar wel de verzekerde Wlz-zorg ten goede komen of als randvoorwaarden bijdragen aan het leveren van goede zorg.
• Ik wil onderzoeken hoe zorgkantoren, binnen de financiële kaders, meer manoeuvreerruimte kunnen krijgen om te investeren in niet-cliëntgebonden activiteiten om daarmee ook meer samenwerking in de regio mogelijk te maken. Er zijn meerdere opties om dit financieel mogelijk te maken, variërend van een subsidieregeling tot het aanpassen van het wettelijk kader. Over de wijze waarop ik dit het beste vorm kan geven, ga ik met partijen in gesprek.
• De verkenning naar de mogelijkheid om meer manoeuvreerruimte bij zorgkantoren te bewerkstelligen, doe ik in samenhang met de verkenning naar betere financiële prikkels bij gemeenten om een goede invulling te geven aan hun wettelijke verantwoordelijkheid.

Lees hier de hele Kamerbrief