Mantelzorger wil méér dan mooie woorden

Mantelzorgers worden overladen met complimenten van politici. Maar politieke besluiten maken hun leven alleen maar zwaarder. Dat steekt!

Zonder mantelzorgers zou „alles binnen een dag stoppen”, zei minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) in het Libelle Nieuwscafé. De VVD van premier Mark Rutte meldde ooit in een verkiezingscampagne dat hij „ontzettend trots” is op „al die mensen die zich bekommeren om hun geliefden”.

Het vorige kabinet, Rutte II, introduceerde het woord ‘participatiesamenleving’ in de Troonrede van 2013. De koning, die de rede uitspreekt, vroeg zich in de meest recente editie af: „Leven we in Nederland wel voldoende met elkaar en niet te veel naast elkaar?”

Ruim vier miljoen mensen helpen in ons land met de verzorging van een naaste, 750.000 van hen doen dat langdurig en intensief. Ze helpen hun dementerende echtgenoot, douchen hun bejaarde ouders, rijden met een zieke buurman naar de dokter, verzorgen de administratie voor een gehandicapt familielid. Machthebbers en politici slaan ze graag dankbaar op de schouders – mantelzorgers nemen de professionele zorg zoveel werk uit handen dat ze worden beschouwd als een fundament onder de gezondheidszorg.

Wederzijds is de liefde niet. Uit meer dan honderd verhalen van mantelzorgers die NRC verzamelde bleek dat zij ernstig worstelen. Ze hebben problemen in hun sociale leven, burn-outs, geldproblemen of ruzie met de baas.

Lees hier het volledige artikel uit de NRC.