Over jonge mantelzorgers

Wist u dat één op de vier kinderen en jongeren in Nederland opgroeit met een familielid dat langdurig ziek is, lichamelijke of psychische beperkingen heeft, of verslaafd is? Soms betreft het een broertje of zusje, of vader of moeder, maar ook wel een inwonende opa of oma. Deze zorg heeft veel impact op het gezin, dus ook op deze kinderen.

De meeste kinderen en jongeren vinden het heel normaal om met de zorg te helpen; zij passen zich makkelijk aan. Omdat het erbij hoort. Omdat hij of zij wil helpen. Het zorgen voor iemand kan fijn zijn maar soms ook moeilijk. Het ‘zorgen maken over’ kan zwaar op een kind drukken.  

Positief en negatief
Zoals gezegd, het ‘opgroeien met zorg’ kan zowel positieve als negatieve invloeden hebben.
De kinderen krijgen soms extra taken in huis en daar is niets mis mee. Ze passen zich vaak makkelijk aan, leren rekening te houden met de medemens en ontwikkelen zich beter op het sociale vlak dan leeftijdsgenootjes. Door de situatie thuis worden ze vroeg zelfstandig en ondervinden daarvan later voordeel.

Toch kan het zijn dat kinderen en jongeren ongewild teveel verantwoordelijkheden krijgen voor hun leeftijd of zich minder belangrijk voelen dan het zieke of beperkte broertje of zusje. Ze praten hier niet snel over omdat ze hun ouders hier niet mee willen belasten.

Als jongeren langere tijd mantelzorg verlenen, kan dat verschillende negatieve gevolgen hebben:

  *opgroei- en opvoedproblemen door te veel verantwoordelijkheid en te weinig tijd voor de eigen ontwikkeling
  *lichamelijke en emotionele klachten zoals stress en vermoeidheid
  *meer behoefte aan zorg: jonge mantelzorgers doen op latere leeftijd vaker een beroep op de (geestelijke) gezondheidszorg dan andere jongeren

Aandacht voor ‘de jonge mantelzorgers’, zoals we deze kinderen en jongeren noemen, helpt. Voor zowel jongeren zelf, als aan iedereen die met deze jonge mantelzorgers in aanraking komt, luidt het advies:  ‘Praat erover, dat helpt echt’!