Informele hulp; nieuwe cijfers

Ruim vier miljoen mensen (33% van de volwassen Nederlanders) gaf in 2014 mantelzorg en bijna een miljoen mensen deed vrijwilligerswerk in de zorg. Hierbij zijn ruime definities gehanteerd. DIt blijkt uit de SCP-publicatie ‘Informele hulp: wie doet er wat? Omvang, aard en kenmerken van mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg en ondersteuning in 2014’, die op 15 december 2015 is verschenen. In het rapport beschrijven de onderzoekers Mirjam de Klerk, Alice de Boer, Inger Plaisier, Peggy Schyns en Sjoerd Kooiker de omvang en aard van de informele hulp en de ervaringen van helpers.
Dit onderzoek is gebaseerd op ruim 7000 enquêtes met mantelzorgers, vrijwilligers in de zorg en welzijn en ‘niet-actieven’ die eind 2014 werden afgenomen. De rapportage is geschreven op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. U kunt dit rapport hieronder downloaden.

De voornaamste bevindingen:

Informele helpers vormen een gemêleerde groep; twee derde vrijwilligers in de zorg verricht dit werk via een organisatie.

11% van de werkende mantelzorgers die op werkdagen helpt, moet dagelijks of wekelijks het werk onderbreken vanwege de mantelzorgtaak.

Mantelzorgers van mensen met psychische of psychosociale problemen delen de hulp minder vaak met andere mantelzorgers.

Circa een vijfde van mantelzorgers gebruikt respijtzorg zoals dagopvang.

Eén op de drie mantelzorgers verliest wel eens het geduld. Dit komt vaker voor als zij zich door het helpen belast voelen.

Informele_hulp wie doet er wat CPB 2014