Gemeenten vergeten respijtzorg in te kopen

Uit een onderzoek van de universiteit van Twente blijkt dat gemeenten vaak vergeten zijn zogenaamde respijtzorg in te kopen.

In het kader van de nieuwe Wmo is het de bedoeling dat mensen die hulp nodig hebben langer thuis blijven wonen en de hulp van familie, vrienden of de buurt gaan inschakelen.  Onder andere daarom gaan mantelzorgers een steeds belangrijker rol spelen. Omdat bij mantelzorg het gevaar van overbelasting bestaat is respijtzorg (Vervangende professionele hulp om een mantelzorger te ontlasten) onmisbaar.

Onderzoeker Niels Uenk van het onderzoeks- en kenniscentrum StTiPPT van de universiteit van Twente en hoogleraar inkoopmanagement Jan Telgen, eveneens van Universiteit Twente onderzochten het Wmo inkoopbeleid van 328 gemeenten.
Daaruit kwam naar voren dat gemeenten bij het inkopen van Wmo zorg massaal zijn vergeten om respijtzorg in te kopen. Omdat deze vorm van zorg niet voor 2015 is ingekocht maar er toch behoefte aan bestaat ontstaan er problemen. “Gemeenten moeten ad hoc iets regelen omdat er geen afspraken met zorgaanbieders zijn hiervoor. We zien vaak dat gemeenten mensen die respijtzorg nodig hebben verwijzen naar het persoonsgebonden budget (pgb). Dan moeten mantelzorgers dus zelf vervangende hulp en begeleiding inkopen.”, aldus hoogleraar inkoopmanagement Jan Telgen. Een ander nadeel is dat het aanvragen van een pgb of het afsluiten van een contract met een zorgaanbieder voor korte periode al snel twee weken in beslag neemt. Intussen moet de mantelzorger dus blijven doorwerken of zelf vervangende hulp zien in te schakelen.

Een van de redenen dat gemeenten geen respijtzorg hebben ingekocht ligt in het feit dat zo’n 90% van de gemeenten de inkoopgegevens van vorig jaar als basis nemen voor de zorginkoop van dit jaar. “Dat komt doordat 2015 een overgangsjaar is en men verplicht is om overgangscliënten dezelfde of vergelijkbare zorg te leveren dan vorig jaar. Dus het is logisch dat gemeenten niet met allerlei nieuwe condities en leveranciers aan de slag zijn gegaan.”, aldus onderzoeker Niels Uenk. Gemeenten kijken daarbij vooral naar de vormen van zorg die vorig jaar in grote volumes zijn ingekocht.